1 april

Ze komen opgewonden binnen. Er wordt gefluisterd. Vier meisjes komen maar mij toe. “Juf, mogen wij een keer koffie voor u halen?” Ik wil hun pretje niet verpesten dus ik zeg: “Ik heb net koffie op, maar straks mag het wel. Wat fijn dat jullie dat voor mij willen doen.”
We hebben een normaal begin van de dag. Ze zijn wat druk, maar tijdens de rekentoets is het muisstil. Na de toets vraag ik om koffie. Wel vijf meiden vertrekken naar de koffiekamer. Iets dat ik normaal nooit goed zou vinden.
Nu moet ik snel iets bedenken, want ik heb geen zin om koffie met zout of iets anders smerigs te drinken.
Ze komen terug met een kop koffie en de mededeling dat er iets misging met het koffieapparaat. Het hele kopje is aan de buitenkant besmeurd met koffieprut. Daar ben ik heel blij mee en ik bedank ze uitgebreid voor het halen van de koffie, maar zeg dat ik het even overgooi in een schoon kopje.

Terwijl de klas giechelend wacht, loop ik naar de koffiekamer. Ik gooi de koffie weg en spoel het kopje schoon. Dan vul ik het met water. Terug in de klas warm ik mijn handen aan het kopje en breng het twee keer naar mijn mond. Spanning op de gezichten. Uiteindelijk neem ik toch die slok en spuug het proestend en “gatverdamme” roepend weer uit. Het tapijt in de klas kan wel tegen een beetje water. Ik raak de leerlingen net niet.
Ze liggen over de tafels van het lachen. Het lukt ze niet eens meer om 1 april te roepen. Dan gooi ik de “koffie” demonstratief weg. Dan ziet een kind het. “Het is water!” Ik vertel ze dat ik met hen ook weer een 1 april grap uit heb gehaald.

Na het buitenspelen hebben ze nog een grap in petto. Om tien over elf zeggen ze massaal “doei” en vertrekken uit de klas. Ik vraag me af waar ze nu heengaan, maar vertrouw erop dat ze niet van het plein af gaan. Ze gaan buiten enorm staan schreeuwen. Hoe ga ik ze weer de klas in krijgen? Lachend ga ik naar een paar minuten naar beneden. Ze komen allemaal naar de buitendeur gelopen als ze mij zien en roepen : “1 april!”

Ze gaan gewoon weer met me mee naar boven en terwijl ze weer hun plaatsen zoeken komt er een leerling naar mij toe.
“Juf, ik heb een gekke vraag. Het is geen 1april grap hoor en als u er geen antwoord op wil geven, hoeft het niet hoor.” Een lange introductie, ik ben benieuwd wat er komt.
“Juffen moeten toch ook wel eens plassen, hoe doe je dat dan, hoe gaat dat?”
Ik neem aan dat hij niet het technische gedeelte bedoelt en zeg:”Nou daar kan ik wel antwoord op geven hoor. Ik hou het meestal op tot de pauze, maar als ik nodig moet dan ga ik gewoon.” “Echt?” vraagt hij vol verbazing.
“Ik ga toch wel eens de klas uit? Nou soms is dat omdat ik naar de wc moet.”
Misschien had ik beter niets moeten zeggen, want hij kijkt een beetje beteuterd alsof het antwoord hem iets te simpel is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s