Alleen voor moslims

Jaren terug heb ik een gesprek met twee meisjes die extra rekenen krijgen bij mij. Ik neem ze mee in het lokaal naast hun eigen lokaal en we doen verschillende oefeningen. Ze zijn zeven en acht jaar oud. We doen onder andere oefeningen met houten poppetjes. We zetten bijvoorbeeld acht poppetjes op een rij en ik zet er twee aan de andere kant van de tafel. Twee zijn weg. Hoeveel zijn er nog over? Waarop Bouchra een punt van haar hoofddoek pakt, de poppetjes neerlegt en zegt: ‘Ze gaan slapen.’ Het stukje stof is ineens een deken geworden. Meryem doet de twee anderen er weer bij en zegt: ‘Dan mogen die niet meer weg. Het is te laat om weg te gaan. Ze gaan ook slapen.’ Ze legt de twee poppetjes bij de anderen. De dingen leuker maken, betekent niet altijd dat het er inzichtelijker van wordt.

Deze keer hebben de dames iets anders voor me in petto.
‘Juf, wij willen met u praten,’ ze beginnen meteen, ‘gelooft u in God?’
Even weet ik niet wat ik zal zeggen. Zij (en bijna alle leerlingen van deze school) zijn moslim. Ik heb begrepen dat het beter is om een ander geloof te hebben dan ongelovig te zijn. Ik draai er omheen. ‘Is dat belangrijk? Leren jullie beter rekenen als ik geloof in een god?’ Ze moeten lachen.
‘Nee, dat niet.’ Ze kijken elkaar even aan. Dan komt het hoge woord eruit.
‘Wij maken ons zorgen over u juf.’
‘Waarom?’
‘Als je niet gelooft in Allah, dan ga je naar het vuur.’
‘Ik zie geen vuur. Jullie wel?’ Foute opmerking, maar ik kan niet veel anders dan flauwe grappen maken op dit moment. Zij zien het ook.
‘Nee juf, niet nu. Als je dood gaat.’ Ze slaken theatrale zuchten.
‘Ik vind het heel lief van jullie, dat je wil dat het goed met mij gaat, zelfs na mijn dood, maar ik ben van plan nog even te blijven. Bovendien kan ik me niet voorstellen dat als God of Allah bestaat, dat die mij dan naar het vuur stuurt.’
‘Ja echt hoor juf.’ Bouchra kan het weten, haar vader is imam. ‘Waarom denkt u dat u niet naar het vuur gaat?’
‘Nou, ik weet niet of er wel een vuur is. Maar stel dat er een god is en er bestaat een hemel en een hel of het vuur, waar kijkt zo’n god dan naar?’
‘Nou er is een grote soort weegschaal en daar worden de goede en de slechte daden op gewogen.’
‘Ok. Ik leef mijn leven zoals ik denk dat het goed is. Ik probeer altijd aardig en behulpzaam te zijn voor anderen. Ik zorg voor mensen die dat nodig hebben. Ik probeer zo te leven dat ik andere mensen geen pijn of verdriet doe. (niet dat het zo gemakkelijk lukt, maar dat hoeven zij niet te weten) Volgens mij doe ik het niet zo slecht.’
‘Maar je bent geen moslim. Je moet moslim zijn om niet in het vuur te komen. En je moet (er volgt een spreuk) zeggen als je dood gaat.’
‘En al die goede en lieve mensen dan, die nooit van de islam gehoord hebben? En baby’s?’
‘Bij baby’s en zulke mensen is het anders, die kunnen het niet weten. Maar u wel.’ De meisjes kijken nu echt benauwd. Ik moet hier een andere draai aan geven.
‘Weet je wat? Je weet nooit wat er gebeurt. Misschien dat iemand mij ooit nog een keer laat inzien dat ik moslim moet worden, maar voor nu blijf ik gewoon mijn best doen om alles goed te doen. Voor vandaag is dat: jullie beter leren rekenen. Als jullie nu goed je best doen, dan lijkt het net of ik mijn werk heel goed doe. Dat is dan weer een beetje aan de goede kant van de weegschaal.’
Met een blik naar elkaar van “ze begrijpt er echt niets van” beginnen ze met rekenen. Ze hebben nog nooit zo hun best gedaan en blijven dat de rest van het jaar doen.

Vorige week zit ik in mijn klas met nieuwkomers en doe wat ik vaker doe om even de aandacht te krijgen, ik fluit kort en zacht. Onmiddellijk doet iemand mij na. Ik vraag wie het was. Niemand natuurlijk. Eén jongen zegt dat hij het niet geweest kon zijn, want fluiten mag niet van zijn geloof.
‘Waarom niet?’ vraag ik. Ik heb het al eens vaker gehoord, maar dacht dat het iets te maken had met vrouwen die fluiten.
‘Ik weet niet, juf’ zegt Hosein, ‘Het mag niet, want je gaat in de vuur.’
‘Oh, nou fijn Hosein, dus nu ga ik volgens jou naar het vuur?’zeg ik lachend. Hij kijkt eerst wat gepijnigd, vraagt iets aan zijn buurman en lacht dan geruststellend. Er wordt koortsachtig overlegd in het Arabisch. Tussendoor steeds even lachen naar mij en een handbeweging dat wil zeggen: nog even juf.
‘En, zijn jullie er al uit, want dan kunnen we gaan lezen?’
‘Ja juf, is goed.’ antwoord Hosein, ‘Nee juf, het is niet voor u. Die regel is alleen voor moslims.’

Gelukkig. Ik fluit een opgelucht toontje en begin met de les.

wp-1469195775917.jpg

 

Advertenties

Een reactie op “Alleen voor moslims

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s