Moeder en zoon, dagje uit.

We gaan al vroeg op pad, zodat we net voor de middag aan zullen komen in Walibi. Vanaf onze woonplaats is het ongeveer drie uur reizen met het openbaar vervoer. De reis gaat voorspoedig. Als we echter in Harderwijk uitstappen, blijkt dat wij niet de enigen zijn die dit uitje hebben bedacht. In colonne wandelen we naar het busstation langs opgebroken straten. Ik hoop maar dat de voorste mensen weten waarheen ze gaan, want wij volgen blindelings. Als de weg over een stoepje met wat bedrijfspandjes leidt, struikel ik, omdat ik een kleine schuine verhoging niet zie, die het mogelijk maakt voor minder validen om naar binnen te komen. Ik kan mijn evenwicht niet hervatten en kom met een smak ten val. Ik sta snel op. Mijn zoon vraagt hoe het gaat en ik vertel hem dat het pijn doet. Lachende groepjes pubers probeer ik te negeren. Ik check even of ik niet bij de ‘minder validen’ ben gaan horen, maar alles werkt nog. Mijn hand doet pijn, maar de pijnlijke vingers kunnen nog alle kanten op bewegen. Althans de kanten waarop ze moeten kunnen bewegen.

Bij de bushalte zien wij de bus al staan, evenals de groep mensen die daarin wil. Dat past nooit! Ik begin me voorstellingen te maken van uren wachten op steeds een bus, die maar een beperkt aantal mensen wegbrengt. Gelukkig komt er nog een bus en daar passen wij nog net in. We hebben geen zitplaats, maar we staan gelukkig niet buiten bij het clubje mensen dat niet meer in de bus past. Beide bussen spugen bij Walibi al hun mensen uit en zo druk als het bij het station leek, zo rustig is het als je rondloopt in het park. Bij de attracties zelf is het wel weer druk, maar iedereen is heel ontspannen. Voor elke attractie moet je minstens een half uur wachten. Tenzij je een fast-lane ticket koopt. Dat kost een tientje en dan mag je via een andere route meteen overal in. We vinden dat het park al genoeg kost, dus we gaan in de rijen staan. Daar sta ik dan. Een klein moedertje van vijftig, met mijn bijna-geen-puber-meer zoon. Families, groepjes jongeren, stelletjes staan met ons in de rij. Kinderen houden het lang vol in de rij zonder te klieren, dankzij Pókemon-go en andere spelletjes op de telefoon. Stelletjes gebruiken het wachten als waardevolle knuffeltijd, maar ze houden het netjes. Ik vraag me af hoe mijn zoon dat ziet. Zou hij dat eigenlijk ook liever willen dan met zijn moeder in de rij staan? Beelden van van Kooten en de Bie als moeder en zoon komen bij mij bovendrijven. Ik moet lachen en bedenk me dat hij nog geen veertig is en dit dus geen vergelijking is. Ik kijk naar hem. Hij is er helemaal niet mee bezig. Hij heeft gewoon een leuke dag.

We gaan overal samen in. Het gaat mij niet snel te hard of te hoog. Als we genoeg hebben gedaan, vervolgen wij onze tocht naar Zwolle. Opa (mijn vader) is jarig en we gaan voor het eerst in jaren weer eens op verjaardagsvisite. Een gezellige afsluiter van  deze dag.
Dan nog twee uurtjes treinen naar huis. We hebben het geluk gehad, dat de NS deze hele dag geen verrassingen voor ons in petto had.

wp-1471442445198.jpg

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s