Gezocht: aandacht

Het is een wonder dat ik geen Münchhausen heb ontwikkeld. Iedereen leek namelijk wel eens wat te hebben. Een val van de trap, waarbij er een been of arm werd gebroken. Dat leverde dan schitterend wit gips op, waarop anderen gezellig met een stift schreven of tekenden. Als ik wel eens van de trap viel, had ik een beurs aanvoelende plek, die je niet zag. Mijn olifantenhuid wilde niet eens lekker blauw kleuren. Of ik had een gat in mijn hoofd, waar dan een beetje bloed uit kwam. Dat werd door mijn moeder gestelpt met een koud washandje. Dat was het. Geen dokters, geen ritjes in ambulances of indrukwekkende verwondingen.

Dus deed ik rare dingen. Ik liep bijvoorbeeld dagenlang mank van ons huis naar de bus en terug. Het moeilijkst was om te onthouden aan welke kant ik mank was. Eenmaal in de wijk van de school aangekomen, liep ik weer normaal. Dit alles voor de mensen die misschien van achter hun gordijntjes zouden zeggen: ‘Moet je nou zien, arm kind. Wat zou er gebeurd zijn?’ Het liefst wilde ik natuurlijk dat ze het me zouden vragen. Dan had ik een verhaal klaar over wat mij was overkomen. Niemand vroeg ooit iets. Ik kreeg geen applaus voor mijn optreden, niemand zag me of besteedde er enige aandacht aan.

Als ik dan geen gips zou krijgen, dan wilde ik wel een bril. Dat leek me ook leuk. Iedereen zou dan vragen waarom ik opeens een bril nodig had en ik kon dan pronken met de sterkte. Min vier of plus drie, het klonk allemaal zo… interessant. Dus als de schoolarts kwam en ik kreeg de ogentest, dan maakte ik veel fouten. Van die ovalen met een opening erin. Die zag ik bij meer dan de helft precies aan de andere kant. Niet een kwart slag gedraaid, want ik dacht dat het ongeloofwaardig zou zijn als ik de hele ovaal verkeerd zag. Dit leverde standaard een doorverwijzing naar de oogarts op, waar mijn moeder dan zuchtend met me naar toe ging.
Daar werd alles opnieuw getest, maar het was moeilijker om ze in de maling te nemen. Dan werd ik weggestuurd met de mededeling dat mijn ogen ‘net geen’ bril nodig hadden. (Zouden ze me hebben doorgehad?)

Ik reed paard, danste, reed als een idioot op mijn fiets en turnde. Ik heb mijn best gedaan en ben meermalen hard gevallen. Alleen de reflexen, die ik bij judo had geleerd toen ik een jaar of vier was, waren te goed. Toen ik een bijna doodsmak van een paard maakte rolde ik een paar rondjes door de bak en de enige die echt last had, was de juf die de les gaf. Die had ik een hartverzakking bezorgd. Dus wikkelde ik mijn pols of enkel zo’n twee keer per jaar in een rekverband. Dat was dan ‘zwaar gekneusd’. Maar ja, het haalde het niet bij gips.
Ik ben ermee gestopt toen een vriendinnetje eens opmerkte:’Hé, gisteren was het je andere arm!’

Naarmate ik ‘ouder’ werd, verdween gelukkig deze hang naar handicaps en verwondingen. Ik vond andere manieren om aandacht te krijgen. Leukere manieren, zoals toneel spelen, lesgeven en tegenwoordig schrijven.
Vijfentwintig was ik, toen ik last kreeg van artrose in mijn grote teen. ‘Veel te jong’ zei mijn huisarts. Daar had mijn teen echter geen boodschap aan. Mijn knieën doen vanaf diezelfde tijd op de meest onverwachte momenten hun werk niet meer, met als gevolg dat ik zo nu en dan opeens mank loop. Mijn ogen (en dat is ouderdom) hebben eveneens wat ik wenste. Het ene oog nog luier dan vroeger en allebei niet zo best meer. Die bril, die is er.

Nu heb ik besloten dat het wel genoeg is. Ik zie af van dat gips. Echt, ik hoef het niet mee te maken. Geen gezellige namen of tekeningen op mijn arm of been.

Maar nu ben ik benieuwd. Zijn er nog meer mensen die zulke idiote dingen deden? Of ben ik de enige gek?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s