Dag zonder dagplanning en strak omlijnde doelen

Als je tegenwoordig de binnenkomst in een klas bekijkt, dan zul je zien dat de meeste kinderen even een blik werpen op het bord. Daar staat aangegeven, met woorden en pictogrammen (voor de beelddenkers of ontstaan omdat de juf het zo gezellig vond, die leuke plaatjes?) welke vakken je deze dag kunt verwachten, waar de pauzes zitten en er is vaak zelfs een kaartje voor ‘naar huis’. Oorspronkelijk was dit alleen voor kinderen bedoeld die niet konden lezen, zoals kleuters en kinderen in het speciaal onderwijs.

Dan is er in de moderne klas een doelenmuur. Prachtig geplastificeerde vellen met doelen voor rekenen, taal, spelling etc. zijn daar te vinden. 

Zoals het hoort, wordt vooraf bij elke les het lesdoel verteld. Zodat de kinderen weten wat ze gaan leren. Waarom doen we dat? Als je een kind meeneemt in de natuur en je laat bloemen zien, eraan ruiken, je geeft een naam erbij, dan verwoordt je er toch ook geen doel bij? ‘We gaan vandaag het bos in en dan kun je daarna minstens drie bloemen herkennen aan vorm, kleur en geur. Bovendien weet je welke naam bij welke bloem hoort.’ Misschien ontdekt het kind wel iets heel anders, bijvoorbeeld dat een bepaalde bloem bij het water groeit, of in de schaduw, dat er altijd dezelfde andere bloemen in de buurt groeien of dat er bijen, vlinders of hommels op af komen.

Hoe anders was dat vroeger. Vaak stonden de vakken wel op het bord geschreven met daarbij welke bladzijden of welke sommen er werden behandeld. Maar soms ook niet. Je zei het gewoon tegen de kinderen en je schreef het op, op het moment dat dat nodig bleek. 

Nu is het zo dat kinderen denken dat je de hele dag niets gaat doen als het bord niet vol hangt. Kinderen met autistische kenmerken hebben veel baat bij deze structuur en duidelijkheid. Maar ik merk dat de andere kinderen juist autistiforme trekjes gaan vertonen als alles zo is uitgestippeld. Moeten we kinderen er juist niet op voorbereiden dat niet alles altijd zo duidelijk is en dat je omgaat met wat het leven je toewerpt.

Als ik besluit (omdat ik zie dat de energie op is) om de boel om te gooien, dan zijn sommige klassen helemaal van de rel. ‘We doen het altijd zo!’

Ik wil er niet voor pleiten om alles weer te doen zoals vroeger, want heus: alles heeft goede en minder goede kanten. Maar waar ik wel voor zou willen pleiten is: doe af en toe een verrassingsdag. Niet vooraf bedacht, zoals elke week op vrijdag of elke eerste maandag van de maand, maar onverwacht. Het enige dat de kinderen hoeven te weten is dat je dat af en toe doet. Kijk eens wat er gebeurt en geef eens een keer les zonder je doel te benoemen. Geef eens een les die je anders niet geeft. Vraag dan aan het eind wat ze hebben geleerd.

Ik ben zo benieuwd hoe kinderen daarop reageren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s